Sinds enige tijd vinden steeds meer burgerwetenschapsprojecten plaats met de intentie om het publiek te betrekken bij wetenschappelijk onderzoek of om meer gegevens te kunnen verzamelen. Recentelijk heeft een onderzoeksgroep uit Oxford een burgeronderzoek geleid om kennis en begrip over de diversiteit aan micro-organismen aandacht te geven.

Steeds meer onderzoeken tonen een correlatie aan tussen een veranderend microbioom en aandoeningen zoals diabetes, astma en allergieën. Volgens een gangbare hypothese hebben de mens en een specifieke verzameling microben - soms ook wel ‘old friend’ genoemd - een gezamenlijke co-evolutie doorgemaakt, en verklaart dit de positieve rol die deze microben spelen in de ontwikkeling van, bijvoorbeeld, ons immuunsysteem. De auteurs geven aan dat het interessant is om te onderzoeken in hoeverre bijvoorbeeld het microbioom in een huishouden van invloed is op ons darm microbioom.

Om onderzoek naar het huishoudelijk microbioom ook toegankelijk te maken voor het publiek, heeft de onderzoeksgroep uit Oxford het burgerwetenschapsproject ‘The good germs, bad germs project’ ontwikkeld. In plaats van deelnemers te vragen om een door onderzoekers vastgesteld protocol uit te voeren, neemt dit project de inbreng van de deelnemers mee in het vormgeven van de experimenten. Dat hield in dat de deelnemers zelf de opzet van de experimenten bedachten. Na het vaststellen van de opzet werkte de onderzoeksgroep het experiment verder uit en zorgde ervoor dat de deelnemers het juiste materiaal kregen om het ook uit te voeren. Tussen elke twee opeenvolgende experimenten vonden bijeenkomsten plaats waarin de resultaten van het afgelopen experiment werden besproken en het volgende experiment werd ontworpen.

Vragen van deelnemers konden niet altijd beantwoord worden. Soms omdat identificatie van specifieke microben met de gekozen methode niet mogelijk was, of omdat de wetenschappelijke kennis niet voldoende toereikend was om de vragen te kunnen beantwoorden.

De voordelen van deze aanpak van burgeronderzoek zijn terug te zien in de betrokkenheid van de deelnemers en de ontwikkeling die zij hebben doorgemaakt. Aan het einde van het onderzoek bleken de deelnemers steeds toleranter ten aanzien van de microben die om ons heen voorkomen en ons geen kwaad doen.

Reflectie

Om het streven naar een gezonde en veilige leefomgeving die ook als ‘zodanig ervaren wordt’ te realiseren, kan burgerwetenschap een brug slaan tussen wetenschap en samenleving. Met dit soort ‘participatieve’ methoden kunnen de emotionele ervaringen en de sociale perceptie van complexe onderwerpen die in de samenleving leven vroegtijdig worden aangekaart en misschien aangepakt. Wel moet worden opgelet dat de informatie over het betreffende onderwerp voldoende beschikbaar is om frustratie bij deelnemers, zoals in dit project voor kwam, te voorkomen.

De interdisciplinaire opzet van deze methode blijkt verschillende doeleinden te dienen. In dit geval ging het om het zelf doen van biologisch onderzoek, het kweken van maatschappelijk begrip over micro-organismen en het ophelderen van maatschappelijke zorgen daarover. Als het concept van Safe-by-Design ook een breder begrip van veiligheid wil waarborgen, zoals veiligheidsbeleving of economische veiligheid, zou meer interdisciplinair onderzoek bevorderlijk kunnen zijn. Burgerwetenschap kan daarbij een rol spelen.

Burgerwetenschap is geen onbekend begrip voor de RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, in juli 2018 publiceerde de RIVM een nieuwsbericht over burgerwetenschapsprojecten binnen de RIVM en de potentie hiervan.